Kenniscentrum

Terug naar overzicht
12 april 2019

Wie was er eerst, de paashaas of het paasei?

Binnenkort vieren we Pasen. Een dag waarbij we tegenwoordig niet meer direct aan Vasten, de Katholieke Kerk en Jezus denken, maar die vlugger geassocieerd wordt met chocolade, eieren en de Paashaas. Maar waarom eigenlijk? Wat heeft een Paashaas eigenlijk te maken met een Christelijk feest en waarom zoeken we allen naarstig naar chocolade-eieren in het gras? We zochten het voor je uit.

Ostara/Eastra

Om de huidige tradities te begrijpen, moeten we meestal teruggaan in het verleden. De lente werd altijd gezien als het seizoen van de wedergeboorte, vernieuwing en opstanding. De vroegere heidense culturen organiseerden dan ook lentefeesten om de hernieuwing van het leven te vieren en de vruchtbaarheid te bevorderen. Een van deze feesten werd gehouden ter ere van de Godin Eastre (ook wel Ostara genoemd), de Germaanse godin van de vruchtbaarheid, de dageraad en de lente. Dit Germaanse lentefeest viel in dezelfde periode als de heropstanding van Christus, en in een poging heidenen te bekeren, combineerde de Kerk – zoals wel vaker gebeurde – het heidense feest met het Christelijke feest. De Paashaas en de eieren zouden dan ook in het Christelijke feest zijn opgenomen.

Het is echter wetenschappelijk niet zeker dat de godin Ostara ooit vereerd werd. Ze werd genoemd in 725 in een boek van een monnik; hij beschrijft er onder meer dat de maand april door de Latijnen ‘Eosturmonath’ werd genoemd, vernoemd naar hun godin Eostre (of Eastra). Maar bewijzen hiervoor zijn er niet. Het gaat eerder om een vermoeden. Dat geldt trouwens ook voor de oorsprong van de paashaas en paaseieren - niemand weet 100% zeker hoe deze dingen onderdeel werden van Pasen.

Wat er ook van zij, de naam ‘Eostre/Eastra’ wordt nog steeds gebruikt. ‘Easter’ in Engeland en ‘Ostern’ in Duitsland zijn hiervan een duidelijk voorbeeld. Als we nog even dieper graven, vinden we nog verdere linken terug. Ostara en Eostre zijn etymologisch gelinkt aan het Oud-Indische ‘Usas’, de Indische Godin van de dageraad. En we kunnen ook terug naar de Romeinen: Aurora is de Romeinse godin van de dageraad (ook Ausosa genoemd) en bij de Grieken heette zij ‘Eos’, wat ook linguïstisch verwant is met Eostre. Ook het Oosten, de plaats waar de zon opkomt, is ook verwant aan de godin Ostara.

Het Nederlandse woord ‘Pasen’ zou dan weer afkomstig zijn van het Joodse Pascha-feest.

Nu we weten waarom Pasen wordt gevierd, komen we aan een interessante vraag: wie was nu eigenlijk eerst, de paashaas of het paasei? 

Het ei

De link van Pasen en eieren is gauw gemaakt. Eieren zijn immers altijd het symbool van de opstanding geweest. Het was een gewoonte bij de Joden om eieren te eten op de begrafenismaaltijd. Het werd gezien als een symbool van wedergeboorte na de dood. Maar ook bij de Germanen werden eieren gegeten, namelijk bij de offermaaltijden voor Ostara. Wist je trouwens dat men reeds in het Perzische Rijk eieren verfde om het nieuwe jaar in te luiden? We kunnen zelfs nog veel verder teruggaan in de tijd. In een Egyptische mythe legde de God Nut ('de nachthemel’) 's morgens een zonne-ei om deze met zonsondergang terug op te eten. Ook in andere scheppingsverhalen uit onder andere India, Griekenland en Finland ontstond de wereld uit een ei. De Romeinen hadden een spreekwoord ‘Ab ovo usque ad mala’ (van ei tot appel) wat van het begin tot het einde betekent. Eieren werden dus al in de oudheid geassocieerd met het begin en de schepping.

Eigenlijk is het nog zo gek niet om het ei als symbool te linken aan Pasen. Ook hier gaat het om een wedergeboorte. Christus overwon de dood en maakte de weg naar het paradijs vrij. Christenen konden hierdoor een nieuwe start maken.

Maar waarom werden bij ons nu net eieren gegeten? Waarom geen paddenstoelen, wortelen of appelen?

Ok, dat is duidelijk. Maar waarom werden bij ons nu net eieren gegeten? Waarom geen paddenstoelen, wortelen of appelen? Om hierop een antwoord te vinden, moeten we terug gaan tot in de Middeleeuwen. Tijdens de vastentijd was het immers verboden om vlees en zuivel te eten, en ook eieren waren niet toegelaten. De kippen legden echter veel eieren in die periode. Deze werden gekookt om te kunnen bewaren tot na de Vastenperiode. Na 40 dagen vasten was er een groot overschot aan eieren. Ze werden beschilderd en in versierde manden gelegd, en op Paaszondag veelvuldig gegeten of cadeau gedaan. Rijke boeren deelden ze uit aan de armen. Het was immers dé manier om weer aan te sterken na de winter. De eieren werden zelfs naar de kerk gebracht om te laten wijden en te offeren. Boeren begroeven in de Middeleeuwen ook eieren in de grond om er voor te zorgen dat de akkers weer vruchtbaar zouden zijn. Waarschijnlijk heeft dit iets te maken met het verstoppen van de eieren op Pasen. Een andere uitleg hiervoor is dat men vroeger vaak eieren vond in oude konijnenholen die er gelegd werden door verschillende vogelsoorten, wat de link met de paashaas en eieren ook zou kunnen verklaren.

Later werd de lijst van verboden producten tijdens de Vasten uitgebreid met luxeproducten zoals chocolade. De rijkere burgers begonnen te experimenteren met chocolade en goten tijdens Pasen chocolade in eierdooiers. Normale eieren waren weggelegd voor het ‘gepeupel’ en de chocoladen eieren waren voor de rijkere klasse.

De Paashaas

En waar komt nu toch die Paashaas vandaan? Er doen verschillende theorieën de ronde, maar er is geen sluitende verklaring. De haas is al millennia lang het dier dat hoort bij het begin van de lente. Hazen zijn al sinds jaar en dag een symbool voor de vruchtbaarheid. Dit uiteraard omdat hazen en konijnen zich heel snel voortplanten. Niet voor niets zie je op Middeleeuwse schilderen vaak een haas afgebeeld bij huwelijken. Bij de oude Egyptenaren vinden we zelfs een Haasgodin genaamd Wenet, de brenger van vruchtbaarheid en de begroeter van de dageraad.

Het verhaal van onze Paashaas zou zijn oorsprong hebben in Duitsland, en wel bij de Germaanse stam de Teutonen. Ze vertelden het verhaal hoe een klein meisje een gewond vogeltje vond. Toen ze Ostara om hulp vroeg, veranderde deze het vogeltje, dat er heel slecht aan toe was, in een haas zodat het niet zou sterven. Ze vertelde aan het meisje dat de haas vanaf nu 1 maal in het jaar terug zou komen om gekleurde eieren te leggen.

Het verhaal van de godin Eastra zou kunnen verklaren waarom de haas gelinkt is met het voorjaar. We stoten op verschillende versies van het verhaal rond de godin Eastra en de link naar de haas. De godin zou zich bijvoorbeeld veel als haas op aarde hebben laten zien tijdens de lente.

Rrond de 15e eeuw begonnen mensen de verhalen rond ‘de haas die eieren legt’ op te schrijven. Het eerste verhaal werd rond 1680 gepubliceerd. De Duitsers zetten het heidense hazenbeeld (wat stilaan evolueerde in ‘konijnen’) om in ‘Oschter Haws’, een konijn dat gekleurde eieren bracht als cadeau voor goede kinderen. Het chocolade konijn begon ook met de Duitsers, toen ze in de jaren 1800 ‘Oschter Haws’-gebakjes maakten. Duitse immigranten zouden het verhaal en de tradities vervolgens meegenomen hebben naar onze streken en ook naar de VS.

Het lijkt er dus op dat het ei eerst was en dat de paashaas er later werd aan toegevoegd. We hebben nu wel een idee waar de paashaas en eieren vandaan komen, maar zeker weten we het niet en we zullen het ook nooit weten. Maar we zullen de traditie verder zetten, en wij gaan alvast lekker smullen van de chocolade! ‘Frohe Ostern’ iedereen!

Gerelateerde agenda-items

©2019 Agape Belgium | Algemene voorwaarden | Privacybeleid | Juridische informatie